Index De Boerenkrijg Ijzerbedevaart

De Boerenkrijg

Voorgeschiedenis:

Wanneer we het hebben over de Boerenkrijg, zullen we eerst moeten stilstaan bij de Franse Revolutie.

Door de onthoofding van Lodewijk XVI op 21 januari 1793, wou men voorgoed afrekenen met het “oubollige” verleden.

Samen met Lodewijk XVI werd dit alles begraven.

Ook buiten de grenzen was Frankrijk in oorlog verwikkeld, want Fransen zijn altijd al Imperialistisch volk geweest.

Reeds in 1792 voorden Oostenrijk en Frankrijk oorlog om de Zuidelijke Nederlanden.

Het lot zou beslissen dat Frankrijk de strijd van Oostenrijk won en zo kwamen de Zuidelijke Nederlanden onder Frans bestuur.

Het Franse leger werd aangevoerd door Generaal Dumoeriez die met zijn leger de strijd beslechtte bij Jemappes.

Het is dan 6 november 1792. De geest van de Brabantse omwenteling (1789-1790) laaide terug op.

Nog hetzelfde jaar werd het ‘Decreet der Conventie”, waarin stond dat de Schelde en Maas vrijgemaakt moesten worden, van kracht. Dit in het belang van “de Rechten van de Mens en de Gelijkheid der Volkeren”. In de grondwet van 1791 lezen we: “De Franse Natie neemt zich voor in de toekomst geen veroveringsoorlog meer te voeren en zal nooit gewapenderhand de vrijheid van enig Volk bestrijden”.

Generaal Dumouriez was voorstander van de stichting van de Belgische Republiek en hij vond bij gevolgd dat de benamingen Vlaming, Henegouwers en Brabanders moesten verdwijnen. “Wees een Volk van broeders onder één naam”.

Op 15 december 1792 werden de Zuidelijke Nederlanden volledig bij Frankrijk ingelijfd. Op 18 maart 1793 kwam het echter weer tot zware veldslagen tussen Oostenrijk en Frankrijk. Het leger van Generaal Dumouriez werd in de val gelokt. De Zuidelijke Nederlanden stelden hun hoop op Oostenrijk om een eigen vrij volksbestaan te kunnen verwerven.

Twee Franse legers zetten de aanval opnieuw in, en op 17 oktober 1797 deed de keizer afstand van de Zuidelijke Nederlanden nadat Generaal Bonaparte hen grote territoriale voordelen beloofd had.

kaft van boek uit het archief van : Jan de Beule

Herentals 28 oktober 1798:

 

In de nacht van 27 op 28 oktober verzamelde het boerenleger zich in Herentals. Het bestond voornamelijk uit boeren van Turnhout en omgeving, die op de vlucht waren voor Generaal Bonardy en zijn 700 man sterk leger met zwaar geschut. Ook het boerenleger van Geel had zich bij de andere boeren aangesloten tot een leger van 2000 man, onder leiding van Corbeels, Van Gansen en Van Dijck.

De Boeren wisten dat het Franse leger langs Turnhout over Kasterlee naar Herentals kwam.

Het slecht bewapende boerenleger zette een hinderlaag op en wachtte geduldig af. Toen op 29 oktober de Franse troepen de stad naderden, werden ze verrast door een aanval van het boerenleger, maar tevergeefs. Het boerenleger werd terug gedrongen tot binnen de stadsmuren.

Generaal Bonardy stuurde een onderhandelaar naar de stad maar deze werd door de boeren neergeschoten.

Na deze inbreuk op het oorlogsrecht, stuurde Genraal Bonardy zes ruiters naar de stadspoort, maar ook zij werden neergekogeld.

De Franse troepen zetten woedend de aanval in.

De verliezen aan Franse zijde waren enorm, zo werd de terugtocht van het Franse leger ingeblazen.

Na deze terugtocht werden de Franse kanonnen opgesteld voor de stadspoorten. Hiertegen was het boerenleger niet opgewassen. Herentals werd vernield en er vielen enorm veel slachtoffers. De boeren bliezen de aftocht.

Toen de strijd gestreden was, plunderden de Franse Herentals twee uur lang. Door deze actie van het Franse leger kreeg de verfranste burgerij nog meer het gevoel dat de boerenstrijd een vijandelijke strijd was en zagen ze de echte vijand (de Fransen) als vrienden.

De dag van vandaag herinnert een standbeeld op de Grote Markt in Herentals de Heldenmoed van de Boerenkrijg.


postkaart uit het archief:  Jan de Beule

De slag om Diest

 Diest was een kleine Franse garnizoensstad die niet al te veel boeren telden. Het was er betrekkelijk rustig en de bevolking bood weinig weerstand.

Er waren dan ook slechts een kleine groep van 50 soldaten en 1 Franse officier gekazerneerd. Op maandag 12 november 1798 werd ’s morgens om 6 uur de wacht aan de stadspoort gewisseld; Toen de vier Franse soldaten bij de stadspoort aankwamen, zagen ze dat hun kameraden gekneveld en van hun wapens beroofd ware.

Spoedig ondergingen ze hetzelfde lot. De boeren waren in de stad!

Het was de jonge boerenleider Elens, Kapitein van Scherpenheuvel, die met zijn manschappen hiervoor verantwoordelijk waren. Hier en daar binnen in de stad kwam het tot schermutselingen en de Franse soldaten vluchten naar Leuven. Diest was nu in handen van de boeren. De 20 achtergebleven soldaten en de officier werden verborgen door Fransgezinde burgers.

De boeren maakten zich op voor een grote strijd tegen het Franse leger. Van overal trokken boeren naar Diest, onder Corbeels en Van Gansen met hun manschappen.

Alle wapens werden opgeëist door het Boerenleger, invalswegen werden versperd en ze bewaakten de stadsingangen.

Op 13 november werd een aanval van 50 Franse soldaten dan ook snel afgeslagen.

De Franse krijgsheren met heel wat oorlogservaring stelden zich op hoogte op, om de stad te omringen. Nu werd de toestand plots ernstig en in de namiddag brak de strijd los. De Fransen rukten met hun zwaar geschut op en de boeren moesten stellingen prijsgeven. De verliezen aan de Franse zijde waren zo hoog dat de Fransen vroegen om wapenstilstand. Zo konden zij hun doden weg halen. De Franse bevelhebber Jardon die verbaasd was over de vastberadenheid van de boeren en die zo veel mogelijk levens wou sparen, vroeg om te onderhandelen met de boerenleiders over de overgave van de stad.

Van Gansen, Meulemans en Stolman kregen vrijgeleide en werden ontboden bij Bevelhebber Jardon.

Die stelde voor het boerenleger vrije aftocht te geven indien alle boerenleiders zich aangaven. Met deze boodschap keerden de boerenleiders terug. Het voorstel werd echter op luid gejouw onthaald. Iedereen of niemand moest de vrije aftocht krijgen.

De strijd laaide spoedig weer op en duurde tot zonsondergang. Niemand kon toen voorspellen wat er de volgende ochtend zou gebeuren. Bij zonsopgang dreunden de Franse kanonnen en Van Gansen besloot een uitbraak te doen op de Allerheiligenberg om hun stelling opnieuw in te nemen.

Een groep onder leiding van Van Gansen ging over tot de aanval en de Franse troepen trokken zich terug. Pas aangekomen Franse reserve-eenheden drongen de boeren terug tot aan de voet van de berg. Ook nu moest heldenmoed wijken voor de overmacht. De verliezen aan boerenzijde zijn talrijk. Van Gansen wou echter een tweede aanval inzetten om de gevechtslinie naar de hoogvlakte te kunnen verplaatsen en zo kanonnen te kunnen buitmaken.

Van Gansen was de drijvende kracht achter de troepen. Toen een kogel hem in het aangezicht trof, verzwakte de geest van het boerenleger. Van Gansen werd zwaargewond de stad binnen gedragen. Het boerenleger zou enkel nog de stad verdedigen, hun moed zakte in hun schoenen.

postkaart uit het archief van: Jan de Beule

Leven onder Frans bevel 

Het volk “in de Lage Landen” geraakten het komen en gaan van vreemde troepen stilaan gewend. De Franse soldaten waren oppermachtig. Ze eisten huizen op, legde beslag op goederen en etenswaren voor hun leger. Men maakte hier ook voor het eerst kennis met het Franse “papieren geld”. De ellende was enorm, het volk leefde in erbarmelijke omstandigheden. Kloosters en kerken werden leeggeroofd en onze kunstschatten verdwenen richting Parijs.

Rond 1796 begon ook de vervolging van de Rooms-Katholieke kerk, natuurlijk was dit een zeer gevoelig punt onder de bevolking. Kloostergemeenten werden afgeschaft, abdijen verbeurd verklaard. Monniken, priesters en zusters werden met veel machtsvertoon uit hun gebouwen verdreven. De geestelijken leefden nu ondergedoken, vermomd als boeren of ambachtslui gingen ze het volk dopen of mensen begraven en huwelijken voltrekken.

Door verraad werden ze opgespoord, vervolgd en gevangen gezet of verbannen. Wanneer men families betrapten die een geestelijke verborgen had, stak men zelfs hun huis in brand.

Zo probeerde ze de bevolking te ontmoedigen om geestelijken te laten schuilen bij hun. Ontelbare maatregelen vernederde de bevolking. Op 5 september 1798 werd het genoeg! Het Franse gouvernement voorde een wet in die alle jonge mannen tussen de 20 en de 25 jaar dwong dienst te nemen in het Franse leger. Door het uitvoeringsdicreet van 24 september 1798 werden meer dan 200.000 jongelingen onder de wapens geroepen. Nu was de maat vol. Daadwerkelijk verzet was het gevolg. Mensen van alle standen schaarden zich achter dezelfde vlag: een wit banier met een bloedrood kruis op. De Boerenkrijg was geboren.


Kaft boek uit het archief van : Rolf Waegeman

Aanvang van de strijd 

De storm ontbrandde in het waasland, toen op 10 oktober in Dendermonde de Conscriptiewet afgekondigd wer en er tegelijkertijd in Sint-Niklaas aanplakbiljetten verscheen om deze wet niet te volgen. Op 12 oktober vielen Franse ambtenaren Overmer binnen om de goederen van een onwillige belastingbetaler te verkopen. De sfeer was duidelijk gespannen en verzet bleef niet ui.

De meer dan 600 opstandelingen hielden natuurlijk rekening met een vergeldingsactie en trokken zich daarom terug in de bossen. De Fransen dachten het verzet de kop ingedrukt te hebben, maar niets is minder waar. Toen ze de aftocht bliezen, kwamen de strijders terug uit de bossen. Ze trokken naar de dorpskerk en braken de verzegelde deur open. Mannen en vrouwen, jong en oud verdrongen zich in de kerk, het orgel werd bespeeld en de klokken werden geluid. Al spoedig droeg de dorpspriester (die al die tijd ondergedoken geleefd had) een mis op. Het Franse juk moest afgeschud worden. De menigte vernielde de gehate vrijheidsboom op het dorpsplein en rukte op naar het gemeentehuis, dat stormenderhand ingenomen werd. De registers van militie en schatplichtigen belandden op de brandstapel. Overmere was bevrijd.

Nu nog kan men op het dorpsplein van Overmere het standbeeld ter herinnering aan deze dag bewonderen.


Voor Outer en Heerd

Geen roekeloze wagers:

Stil volk dat zich beraadt
Aleer het zijn belagers
Manheft te lijve gaat
Zij wisten wat zij wilden,

Toen zij tot stout verweer
De pik of zeis optilden
of grepen naar 't geweer

Refrein:
Voor vrijheid en recht.
ongeknecht, onverveerd
Voor Outer en Heerd!

Zij steunden op oranje's:
De Nederlanden één!
En juichten toen Brittannië's
Beloofde vloot verscheen
Koekmoedig in de gouwen
Van Diets Zuid - Nederland
Zijn allen sterk en trouwe
Gesprongen in de brand.

Roliers, Corbeels, Van Gansen
Bevochten onverveerd
Met wisselende kansen,
De vijand van hun heerd.
Zij kampten koen als leeuwen,7
En werden z'overmand,7
Hun namen staan voor eeuwen
In 't hart van 't volk gebrand
Lied: Voor Outer en Heerd - Armand Preud'homme

Postkaart uit het archief van : Jan de Beule

Een greep uit ons Archief:

In onze bibliotheek bevinden zich een 40 tal werken over de boerenkrijg. Ook tal van documenten , postkaarten en een knipselarchief is voorhanden. Zo bewaren wij onze geschiedenis voor de komende generaties.
Document Boerenkrijg Sint -Niklaas
Veroordeelde dienstweigeraars Land van waas en dender december 1807

Postkaart uitnodiging van het ANZ - Algemeen Nederlands Zangverbond voor een herdenking van 200 jaar boerenkrijg in de bekende zaal Gruter in Antwerpen.

Geschreven door Rolf Waegeman

Geraadpleegde bronnen:

-         De Boerenkrijg van Arthur De Bruyne

-         Ons Vaderland tijdens de Franse overheersing op het einde van de XVIII eeuw

-         Encyclopedie van de Vlaamse Beweging