Operatie Delta december 1978

Relikwie kader Operatie Delta (Uit het Archief Jan de Beule)

Op 7 december 1978 werden de stoffelijke resten van Staf De Clercq, gewezen leider van het Vlaams Nationaal Verbond (V.N.V.), door een commando van de Vlaamse Militanten Orde (V.M.O.) in het grootste geheim opgegraven om plechtig te worden herbegraven in gewijde grond.

Deze operatie kreeg als codenaam ‘Operatie Delta’.

De Delta verwijst naar het symbool van het V.N.V. dat een omcirkelde driehoek bevatte in de Dietse kleuren, Oranje blanje Bleu, dat verwijs naar de oude verenigde Nederlanden wat het ultieme streefdoel was van deze Heel Nederlandse beweging.

De omcirkelde Delta stond tevens symbool voor de 3 grote stromen in de Nederlanden, de Schelde, Maas en Rijn die de verenigde Nederlanden verbonden.

De Delta op een V.N.V. uniformpet (Uit het Archief Jan de Beule)

We schrijven hier een korte geschiedenis naar aanloop van deze operatie alsook een beschrijving van deze operatie zelf. 

Een leven van strijd in dienst van zijn volk.

Staf de Clercq kwam uit de gruwel van de eerste wereldoorlog met het geestelijke testament van de Ijzersoldaten: Zelfregering voor de Vlaamse Volksgemeenschap.

Staf de Clercq gaf zijn beroep als onderwijzer op om heel zijn leven te wijden aan de uitvoering van dit testament.

Originele forto van Staf de Clercq met zijn echtgenote en Frontkameraden tijdens de Eerste Wereldoorlog (Uit het archief Jan de Beule)

In een hopeloze tijd van absolute franskiljonse overheersing werd Staf de Clercq gekozen bij de verkiezingen van 1919. Dag en nacht op pad, duizenden vergaderingen, duizenden toespraken deden van verkiezing tot verkiezing het stemmenaantal voor zijn lijst stijgen. Maar Staf de Clercq was nog één van die ‘Leiders’ die niet alleen maar op stemmenjacht waren. Staf de Clercq wou de hele mens winnen voor zijn geliefde Vlaanderen. En hij won de mensen. De Meester werd Leider. Iedereen aanvaarde zijn leiderschap, niet in het minst omdat zijn onbaatzuchtigheid boven iedere twijfel stond. Zijn onberispelijke levenshouding dwong ook bij de vijanden van Vlaanderen een gerechtvaardigde achting af. Ieder jaar riep hij zijn getrouwen bijeen op de Kesterheide. Van jaar tot jaar groeide deze Vlaams Nationale landdagen.

Enkele verschillende originele herkenningstekens van de V.N.V. landdagen op de Kesterheide en in Gent (Uit het Archief Jan de Beule)

Niet één der leidende Vlaams Nationalisten of hij sprak tot de menigte Vlamingen door Staf de Clercq bijeengebracht in het Pajottenland. Door tweedracht kende de Vlaamse Beweging een verkiezingsnederlaag in 1932. Staf de Clercq bracht eenheid in het Vlaamse kamp. Hij vormde een strakke autoritaire die de krachten bundelde en hij was niet alleen de stichter maar ook de onbetwistbare leider van dit verbond. Zijn sociale bewogenheid had hij reeds duidelijk getoond tijdens zijn acties voor de onderwijzers (indertijd een haast marginale groep) alsook voor de oud-strijders. Hij koppelde aan het Nationalisme de sociaaleconomische consequenties van de nieuwe tijd. Zo stond de eenheidsorganisatie in het teken van de vernieuwing die Europa door zinderde van de Baltische zee tot Zuid-Italië. Op 8 oktober 1933 sprak Staf de Clercq zijn historische rede. Zij bracht de boodschap van de oprichting van het Vlaams Nationaal Verbond. Voortaan streed de Vlaamse Beweging naar de volledige zelfstandigheid onder het teken der Delta vlag. Tevens werd ook een ideologische strijd begonnen met het vermolmde liberalisme en de marxistische verwording. Ieder jaar op de landdag te Kester werd een deel van de strijd tactiek toegelicht. In 1934 het streven naar een organische volksstaat en in 1935 werd de buitenlandse politiek omlijnd. Een scherpe aanklacht tegen Frankrijks honger naar de Rijngrens, de coalitie tussen Frankrijk en het bolsjewistische Rusland, het Belgisch-Frans militair akkoord en de verderfelijke Locarno politiek. Vanaf dit tijdstip werd Staf de Clercq het persoonlijke mikpunt van vijanden van alle pluimage. In Niel ontsnapte hij ter nauwernood aan een moordaanslag maar onverbiddelijk ging hij verder.

Akkoord 1934 tussen het V.N.V. en REX (Uit het Archief Jan de Beule)

Zonder iets van zijn beginselvastheid prijs te geven wist hij door tactische zetten de beweging naar successen te drijven. Zo waren er de akkoorden met het jonge en succesvolle REX van Leon Degrelle en met het Katholiek Vakverbond. Maar ook tijdens deze soms tijdelijke akkoorden bleef het Vlaams Volksbelang steeds primeren boven enig Belgisch staatsbelang. Naarmate in de dertiger jaren de hetze tegen Adolf Hitler steeds toenam werd ook tegen het V.N.V. en zijn leider op steeds boosaardiger manier geageerd. Mei 1940 bracht de vervolging en de wegvoering der Vlamingen. Voor de tweede maal in 25 jaar leerden de Vlamingen de Franse concentratiekampen kennen. Staf de Clercq ontsnapte aan die gesel, hij werd wel aangehouden maar werd vrijgelaten door de tussenkomsten van verschillende parlementairen. Door tijdig onder te duiken wist hij aan een tweede aanhouding te ontsnappen ondanks de intensieve inzet van de Belgische en Engelse staatsveiligheid waarbij deze laatsten zich zeer onderscheiden door de barbaarsheid waarmee dit onderzoek gepaard ging. Het was voor de Vlaams Nationalisten duidelijk dat een Duitse zegen praal aan Vlaanderen kansen zou schenken die de vijanden van Duitsland het bij een overwinning nooit zouden gunnen. Met de President van de Militairverwaltung werd een samenwerking geregeld. In het kader van de strijd die nu sterk werd beheerst door de nieuwe aspecten der Sociaaleconomische revolutie kwam de eenheidsbeweging V.N.V. tot stand. Zij omvatte naast het vroegere V.N.V. nu ook REX-Vlaanderen en het Verbond Der Nationaal Solidaristen (Verdinaso). Overal rezen afdelingen uit de grond en het ledenaantal steeg tot 100 000. Er kwam een vrouwenafdeling V.N.V.V. en een jeugdafdeling, de Nationaal Socialistische Jeugd Vlaanderen N.S.J.V. en onder leiding van Reimond Tollenaere de Zwarte Brigade-Dietsche Militie die later nog zal uitgebreid worden met de Grijze Hulpbrigade. In het kader van de strijd voor een verenigd Europa en de afweerkamp tegen het bolsjewisme in het Oosten stichtte de leider ook in 1941 het vrijwilligerslegioen Vlaanderen.

Originele tekening van A. Panis voor de eenheidsbeweging (Uit het Archief Jan de Beule)

In een volwaardige solidariteit met het Derde Rijk werd de inzet voor het winnen van de oorlog als voornaamste doel gesteld. In dit verband stond niet alleen het Vlaams Legioen aan het Oostfront maar namen ook vrijwilligers dienst bij de Fabriekswacht, het N.S.K.K. en de organisatie Todt. De tientallen jaren strijd waren aan Staf de Clercq niet ongemerkt voorbijgegaan. De talrijke verantwoordelijkheden drukten zwaar op zijn hart. Ook in die tijd waren er opportunisten in de beweging. Ook toen waren er mensen die liever de kat uit de boom keken in plaats van bewust te kampen en onze plaats in het volkenconcert te veroveren. Zij waren de twijfelaars die wikken en wogen. Zij deden veel pijn aan het hart van de onbaatzuchtige en rechtlijnige Staf de Clercq. Het was in oktober 1942 dat zijn dappere hart het begaf. De Leider was dood. Nooit is een man zo beweend door een gans volk. Brussel zal nooit deze vorstelijke begrafenis vergeten.

Volk en Staat 24 oktober 1942 met het nieuws over het overlijden van De Leider Staf de Clercq (Uit het Archief Jan de Beule)

Het graf op de Kesterheide. Getrokken door Brabantse paarden reed de kar met de Leider naar het Pajottenland, terug naar zijn Heimat waar hij de strijd voor zijn volk had aangevangen. 

Enkele maanden kwamen we in het bezit van 19 originele fotonegatieven die destijds door een Canadese officier werden buitgemaakt en jaren later dan toch terug in Vlaanderen terecht kwamen waarna wij ze tenslotte aan het archief konden toevoegen.

Originele foto's van het overbrengen van het stoffelijke overschot van Staf de Clercq (Uit het Archief Jan de Beule)

Vlaanderen bouwde hem een monument. Een jaar na zijn overlijden werd de Leider overgebracht naar zijn praalgraf op de Kesterheide. De Zwarte Brigade hield er de eeuwige wacht. De komst der Engelsen in september 1944 maakten een eind deze eredienst. Met hen verscheen al dadelijk het janhagel van de ‘weerstand’. Het graf moest kapot. Met dezelfde vakkundigheid als een paar jaar later bij de Ijzertoren werd ook dit graf met ‘militaire’ deskundigheid opgeblazen. De tientallen kilogram springstof waren ontoereikend om het graf te vernietigen, er werd alleen een gat geslagen in het 60 cm dikke beton. Het deksel van de kist werd losgeslagen.

Originele foto's van de overbrenging van het stoffelijk overschot naar het praalgraf op de Kesterheide (Uit het Archief Jan de Beule)

originele foto van het vernielde graf en het vernielde wachthuisje van de eeuwige wacht op de Kesterheide (Uit het Archief Jan de Beule)

De lijkenschennis. 

De stoffelijke resten van de Leider, gehuld in zwart Uniform waren nog zeer goed bewaard en lagen zichtbaar in een ongeschonden kist. Op bevel van de politie werd het lichaam uit het graf gesleurd. De toenmalige burgemeester van Leerbeek, een molenaar, zorgde voor paard en kar om de kist weg te halen. Aan het kruispunt der wegen Asse-Edingen-Halle-Ninove botste deze onwaardige lijkstoet op een groepje gewapende ‘weerstanders’. Deze eisten het lijk op en trokken vergezeld van een hoop burgers met ‘goede vaderlandszin’ op weg van de ene kroeg naar de andere. De bende beleefde een helse pret bij het bespuwen van het lijk. Ook het overgieten met bier was een vaderlandslievende uiting van deze edele patriotten en zelfs met een sikkel werd het lijk bewerkt. Een persoon uit Gooik, met naam gekend, trok zelfs een deel van de baard uit. De politie liet begaan en na de nachtelijke orgieën lag het lijk ’s anderendaags weggeworpen langs de openbare weg. Op initiatief van de overheid werd de kist met het stoffelijk overschot naar Kester gevoerd. De burgemeester van Kester weigerde echter de begrafenis. Dan maar terug naar Leerbeek waar het stoffelijk overschot zonder enig grafteken in een greppel naast de muur werd onder gedolven. 

Originele foto van het graf op het kerkhof van Leerbeek (Uit het Archief Jan de Beule)

Weer grafschennis.

 Enige getrouwen wisten de plaats te vinden waar de leider aan de aarde was toevertrouwd en plaatsten er een grafteken. Maar in 1968 vond men het in Leerbeek nodig om iemand anders dwars boven Staf de Clercq te begraven. Dit betekende nogmaals grafschennis en de verwijdering van het bescheiden houten kruis. In 1969 werden door de Oostfronters en de V.M.O.-pogingen aangewend om het monument op de Kesterheide in ere te herstellen. Het was in de jaren van vergetelheid een echte vuilnisbelt geworden. Datzelfde jaar kwamen een 300 tal getrouwen om de eerste naoorlogse herdenking te houden.

Origineel pamflet over het praalgraf  voor Staf de Clercq (Uit het Archief Jan de Beule)

Laatste wens.

De intussen overleden weduwe van Staf de Clercq heeft bij leven alles ondernomen om te verkrijgen dat haar man een waardige rustplaats zou vinden in de familiekelder op het kerkhof in Asse maar alles tevergeefs. Ook voor doden geen Amnestie en Vlaanderen laat begaan. 34 jaar heeft Staf de Clercq daar in het slijk gelegen in een putje op het kerkhof in Leerbeek. Geen graf, als vuiligheid onder de grond getopt. Dezelfde man als de vorstelijke begrafenis in Brussel.  

1978.

De V.M.O. heeft staf de Clercq opgegraven.

Als Vlaanderen eens het hele verhaal zal kennen van wat die jongens in Leerbeek hebben gezien, dan zal het gruwen en walgen. Inderdaad, walging voor de beestmensen van 1944. Maar tevens ook walgen voor de eigen lafheid om deze toestand meer dan dertig jaar geduld te hebben. En dat men niet komen aandragen met opportuniteit en dergelijke. Dat men zwijgen over de mogelijke vergissingen van de Leider. Meer dan 100 000 mensen hebben als actief lid deze Leider door dik en dun gevolgd.Het is niet daarom dat zij zich moeten schamen,

WANT OOK ZIJ WERDEN ALLEEN GEDREVEN DOOR DE WELVAART VAN ONS VOLK.

Verklarende tekst van het V.M.O. commando op de voorpagina van Alarm februari 1979 (Uit het Archief jan de Beule)

Dat zij zich schamen over de lafheid van vandaag. Ook de V.M.O. is niet fier dat het pas in haar dertigste bestaansjaar is dat zij deze daad van eerherstel heeft volbracht. Laat ons de schande trachten uit te wissen. Wij willen alleen de laatste wens van Staf de Clercq’s trouwe levensgezellin vervullen dat zij samen mogen rusten in Asse. In afwachting is Staf de Clercq op piëteitsvolle wijze door liefdevolle handen aan de aarde van Vlaanderen toevertrouwd.

Cyriel Verschaeve, gerechtigheid is geschied?

Staf de Clercq, gerechtigheid zal geschieden.
JO.NAS

Deze tekst werd integraal overgenomen uit het tijdschrift Alarm uit januari 1979 dat speciaal aan Staf de Clercq werd opgedragen.

Voorpagina Alarm januari 1979 (Uit het Archief jan de Beule)

Deze tekst werd in dit nummer in 1979 geschreven onder de schuilnaam JO.NAS. Deze JO.NAS was Kameraad Dirk Van Reeth, de V.M.O.-militant die nauw was betrokken bij operatie Delta. Laat dit artikel dan ook een eerbetoon zijn aan hem en alle militanten die operatie Delta tot een goed einde hebben gebracht.

Origineel doodsprentje van V.M.O. militant Dirk van Reeth (Uit het Archief jan de Beule)

Operatie Delta.

De uitvoering van operatie Delta werd goed voorbereid en men beschikte al over een zekere ‘deskundigheid’ na operatie Brevier, het overbrengen van het stoffelijk overschot van Cyriel Verschaeve naar Vlaanderen. De plaats op het kerkhof in Leerbeek waar het lichaam van Staf de Clercq begraven was door enkele getrouwen gekend. Met deze informatie die op een papiertje was geschetst trokken enkele van de toekomstig operatie Delta deelnemers naar het kerkhof in Leerbeek om de situatie ter plaatse te bekijken en aantekeningen te maken en eventueel enkele foto’s. Ter plaatse aangekomen bleek de schets niet zo nauwkeurig te kloppen en doolde men wat zoekend rond op het kerkhof. Bij aankomst in het zeer rustige Leerbeek was er geen mens op straat, alleen op een bankje aan de kerkhofmuur zat een oude man.

Originele foto van de man die de aanwijzingen gaf op het kerkhof van Leerbeek, die ook de oude grafdelver bleek te zijn (Uit het Archief jan de Beule)

Het was deze man die het kerkhof kwam opgewandeld en aan de V.M.O.-militanten vroegen of ze iemand zochten. Een beetje aarzelend zei één van hen dat ze zochten achter het graf van Staf de Clercq waarop de man prompt vroeg om hem te volgen. De man stapte naar een muurtje en wees de plaats van het graf aan. De plaats droeg een houten kruis met de naam van FRANS HELPERS.

Originele foto van het graf van Frans Helpers (Uit het Archief Jan de Beule)

Met de vraag of de man zeker was van de plaats antwoordde de man volmondig ja. Deze man bleek jarenlang de grafdelver te zijn geweest van de gemeente Leerbeek en had zelf Frans Helpers moeten begraven dwars over het lichaam van Staf de Clercq. De Militanten hadden een goed vertrouwen in de informatie van de man, de informatie die bleek te kloppen met hun ‘papieren schets’. Er werd nog enkele keren op prospectie gegaan ter voorbereiding van de operatie en alles was in orde en voorbereid. Er was slechts één probleem dat telkens weer aan de orde kwam en dat was telkens een welbepaalde hond die de ganse buurt wakker blafte. Dit enige obstakel moest overwonnen en men besliste om een lekker stuk vlees met een snel verdovend middel te geven dat de hond tijdelijk zou uitschakelen. De nacht van de uitvoering bleek dat men dit stuk vlees niet nodig had want er was geen hond te bespeuren. In de grootste geheimhouding werd dan in de nacht van 6 op 7 december 1978 operatie Delta tot uitvoering gebracht. Er werd gegraven en eerst werd de kist met het lichaam van Frans Helpers opgegraven en voorzichtig aan de kant gezet. Al snel kwam de kist van Staf de Clercq tevoorschijn die maar ongeveer 30 cm dieper lag. De houten kist was volledig vergaan en onmogelijk uit het open graf te tillen. De zinken kist die in de houten kist aanwezig was werd naar boven getild en meegenomen. Daarna werd de kist van Frans Helpers terug naar beneden gelaten en de kuil terug met zand gevuld. De stoffelijke resten van Staf de Clercq werden meegenomen. Het eerste deel van Operatie Delta was geslaagd. Het tweede deel van de operatie was misschien minder spectaculair maar zeker niet minder gemakkelijk. Terwijl het stoffelijk overschot van Staf de Clercq met alle respect en sereniteit werd herkist en plechtig opgebaard in Lokaal Odal in de Ballaerstraat in Antwerpen, moest er een oplossing worden gezocht voor het herbegraven, de bijzetting in de familiekelder op hert kerkhof in Asse.

Originele foto van de stoffelijke resten van Staf de Clercq (Uit het Archief Jan de Beule)

Originele stukjes van de kraagspiegel en de gesp van de stormriem van Staf de Clercq (Uit het Archief Jan de Beule)

Originele foto's van de plechtige opberging van het stoffelijk overschot in het lokaal "Odal" (Uit het Archief jan de Beule)

Dit was uiteraard al in enkele scenario’s uitgedacht van tevoren. Het moet gezegd dat de bijzetting van Staf de Clercq zijn stoffelijke resten een staaltje van politieke diplomatie is geweest op hoog niveau met stille trom. Het was de toenmalige CVP-senator en gouverneur van West-Vlaanderen Leo Van Ackere die het meeste in goede banen heeft geleid op vraag van Rik De Gheyn de toenmalige voorzitter van het Ijzerbedevaart comité. De burgemeester gaf toelating voor de bijzetting van de kist met de stoffelijke resten van Staf de Clercq in het familiegraf op tweede kerstdag 26 december 1978 op voorwaarde dat dit in alle stilte zou gebeuren en in zeer beperkte kring. Uiteraard ging de V.M.O.-leiding hiermee akkoord. Hierbij waren aanwezig: CVP-senator Leo Van Ackere, de E.P A. Bouquillion die de kist zou zegenen, V.M.O. Leider Albert Eriksson en 2 mensen van het gemeentepersoneel voor de dichting van het graf. 

Originele foto van de bijzetting van het stoffelijk overschot van Staf de Clercq in het familiegraf op het kerkhof te Asse (Uit het Archief van Jan de Beule)

Originele foto tijdens de bijzetting, van links naar rechts: Albert Eriksson, Senator Van Ackere en Pater Bouqilion (Uit het Archief van Jan de Beule) 

In het proces-verbaal van de gemeente Asse van de begraving lezen we nog dat aan de kist een loden plaatje is bevestigd met de

 registratie nummer J 354.

Origineel proces-verbaal van de begraving opgemaakt door de Gemeente Asse (Uit het Archief Jan de Beule)

V.M.O.-leider Albert Eriksson schrijft hierover in het Alarmnummer van februari 1979 het volgende: In alle discretie werd op tweede kerstdag het stoffelijk overschot van V.N.V Leider Staf de Clercq door CVP-senator Van Ackere afgehaald. 

Originele foto van de auto van CVP parlementair Van Acker (Uit het Archief Jan de Beule)

Nadat de senator zich had vergewist van de inhoud werd de sobere kist gesloten en in een parlementaire wagen geladen. Bij aankomst op het nieuwe kerkhof van Asse bleek dat het gemeentepersoneel de familiekelder reeds geopend had. Nadat op de kist een loden plaatje, genummerd J 354 was aangebracht werd het stoffelijk overschot van Staf de Clercq bijgezet bij zijn echtgenote, Mevrouw Leopoldine Van der Meeren. Eindelijk na 36 jaar, waren zij terug verenigd. Vakkundig werd de betonnen schuif dichtgemetseld, en zand erover…. Gerechtigheid is geschied! Terwijl Pater Bouquillion het laatste gebed voorlas was Eriksson in een stille mijmering verzonken en kwam tot de slotsom dat Gods wegen ondoorgrondelijk zijn.

Krantenknipsels over Operatie Delta (Uit het Archief jan de Beule)

Tot zover dus een geslaagde Operatie Delta.

Op 28 oktober 1979 zou er dan een officiële plechtigheid plaatsvinden die zal worden bijgewoond door meer dan 1000 Nationalisten die in een stille waardige optocht naar het kerkhof opstapten. In het aanbeveling comité voor de herdenking prijken grote namen zoals Vic Anciaux, Hendrik Borginon, Jan Brans, Pater Brauns, Arthur De Bruyne, Willem De Meyer, Edgard Delvo, Karel Dillen, Mevrouw Dosfel, Kommandant Jef Francois, Jaak Gabriels, Ward Hermans, Pol Le Roy, Bob Maes, Kamiel Van Damme, Jef van Dingenen, Jaak Van Haerenborgh, Jan Van Hoogten, Amedee Verbruggen, Herman Waegemans, Leo Wouters en vele tientallen andere bekenden en minder bekenden uit de Vlaamse Beweging. 

V.M.O. Leider Eriksson zal hier niet aanwezig zijn omdat hij zit opgesloten in een Belgisch gevangenis naar aanleiding van de bezetting van het gemeentehuis en de rellen in de Voerstreek. Karel Dillen zal de aanwezigen toespreken.

Originele foto's tijdens de herdenking op het kerkhof te Asse (Uit het Archief Jan de Beule)

Tot op de dag van vandaag, 16 mei 2020, is het volledige verhaal van Staf de Clercq nog niet geschreven letterlijk en figuurlijk. Nog steeds worden verwoede pogingen ondernomen om het praalgraf op de Kesterheide in ere te herstellen en te behouden. Het aankopen van de grond blijkt tot op de dag van vandaag een onmogelijke opdracht al levert de werkgroep ’Kesterheide’, die ijveren voor het behoud van het praalgraf, hiervoor verwoede pogingen. 

Ook kijken wij vol verwachting naar historicus Pieter Jan Verstraete die de volledige biografie van Staf de Clercq op zijn programma heeft staan.

Geschreven door:

Jan de Beule.