Staf de Clercq

Staf de Clercq is geboren op 16 september 1884 in Henegouwen en gestorven op 22 oktober 1942 in Gent.


Originele foto van Staf de Clercq tijdens de Eerste Wereldoorlog (Uit het Archief Jan de Beule)
Origineel portret van de VNV leider 1942 (Uit het Archief Jan de Beue)

Zijn vader was onderwijzer in de taalgrensgemeente St.-Pieters-Kapelle. Staf de Clercq nam als onderwijzer ontslag om op te komen als kandidaat van de Frontpartij in het arrondissement Brussel. Bij de parlementsverkiezingen van 16 november 1919 werd hij verkozen tot volksvertegenwoordigers. Hij blijft in de Kamer van Volksvertegenwoordigers tot aan de oorlog met één onderbreking: in 1932 werd zijn kandidatuur onontvankelijk verklaard ingevolge een fout bij het samenstellen van de lijsten. Bij een tussentijds verkiezing, uitgelokt door P.H. Spaak, die ontslag genomen had als volksvertegenwoordiger, behaalde hij op 14 april 1935 niet minder dan 32.500 stemmen, bij ontstentenis van Katholieke of liberale lijsten.

Originele foto Staf de Clercq met zijn gezin (Uit het Archief Jan de Beule)

Staf de Clercq was van 1921 tot 1933 gemeenteraadslid te Kester en schepen van 1921 tot 1926. Op 7 oktober 1933 ondertekende hij de proclamatie waarin de oprichting van het Vlaams Nationaal Verbond (V.N.V.) bekendgemaakt werd. Hij was er de leider van en bleef dit tot aan zijn dood. Hij werd begraven op de heide te Kester, doch zijn graf werd na de oorlog geschonden en ligt naamloos begraven op het kerkhof van Leerbeek. Was voor de oorlog 1914-1918 reeds betrokken bij de taalgrensactie met Dr. J. Goossenaerts, Dr. Ph. Van Isacker, Dr. Ad. Debeuckelaere,… Gaf met Remy de Roeck het blad de Taalgrens uit. Meldde zich in 1914 als oorlogsvrijwilliger. Gaf een frontblaadje uit: Da Payot der Taalgrens, met als leuze: Een Volk zal nooit vergaan. Onderging de invloed van de frontbeweging. Na de oorlog voerde hij reeds op de eerste openbare vergadering van de Frontpartij te Antwerpen het woord (2 juni 1919).


Oproep Staf de Clercq voor de Vlaams nationale landdag in Wemmel 1930 (Uit het Archief Jan de Beule)

Staf de Clercq heeft in het Vlaams Nationalisme een belangrijke rol gespeeld, vooral na zijn aanstelling tot leider van het V.N.V. Hij heeft de evolutie van het Vlaams Nationalisme tijdens het interbellum meegemaakt. Fel verbitterd en door anti-Belgische gevoelens bezield uit de oorlog gekomen was hij in de jaren 20 sterk antimilitaristisch en democratisch gericht. Hij trad bijvoorbeeld in 1926 als spreker op, naast socialistische en christen democratische woordvoerders, op een anti-fascistische meeting. Nog in 1932 beleed hij op een openbare vergadering te Brussel, waar hij samen met Herman Vos sprak, zijn gehechtheid aan de democratie. Aanvankelijk was hij veeleer een lokale figuur, die zich door zijn dienstbetoon en onvermoeibare inzet een stevige positie veroverd had in zijn Pajottenland. Na 1933 wordt zijn rol belangrijker: hij slaagde erin het V.N.V. hecht uit te breiden. Zijn taak was niet gemakkelijk, omdat hij rekening moest houden met verschillende strekkingen en groepen in de schoot van deze nieuwe organisatie, opgericht om eenheid te brengen in de verdeelde gelederen der Vlaams Nationalisten.


Krantenknipsel van de Landdag in op de Kesterheide 1934 (Uit het Archief jan de Beule)
Krantenknipsel van de Landdag in op de Kesterheide 1934 (Uit het Archief jan de Beule)

Er was de scherp anti-Belgische groep der Groot-Nederlanders en de meer gematigde groep der federalisten. Er waren de voorstanders van een autoritaire, rechtse koers en de voorstanders van de democratische koers. Er was de opbodpolitiek met het Verdinaso van Joris van Severen. Meer dan eens heeft Staf de Clercq moeten manoeuvreren om een scheuring te voorkomen.

Wonend in het hart van het Pajottenland (West-Brabant) riep hij ieder jaar zijn volgelingen samen op de heide te Kester (Landdagen). Deze politiek was ondubbelzinnig op één doel gericht: de hereniging van Dietsland. Ongetwijfeld was hij persoonlijk door zijn afkeer van België en onder bepaalde invloeden, een overtuigd voorstander van Dietsland. In zijn landdagrede van 6 mei 1934 verklaarde hij: “Geen sprake van een onmiddellijk doel en van een verafgelegen doel. Neen, één doel, het doel: Groot-Nederland.” Deze strakke politiek heeft hij onder druk van de federalisten en omwille van de praktische politieke eisen moeten verzwakken en ombuigen. Zo kwam hij tot de door hem uitgedachte verzoeningsformule: zelfbestuur als de wachthalle voor Groot-Nederland. In zijn landdagrede van 6 juni 1937 luidde het: “In het licht van onze Dietsche toekomst heeft de leiding U als strijdobject onzer politiek, als beproeving van alle Vlaams nationale krachten de zelfregering tot doel gesteld.” Hij voegde eraan toe dat het V.N.V. “Het gezag van de Kroon” erkende en zou blijven erkennen onder het regime der zelfregering. In feite werd Groot-Nederland niet verloochend, maar naar de toekomst verschoven, terwijl de politieke actie, meer realistisch, gericht werd op het veroveren van zelfbestuur. In de rede die hij op 1 december 1936 in de Kamer van Volksvertegenwoordigers hield komt deze passage voor: “ Het Waalse en het Vlaamse volk zijn op dit moment vereenigd in het staatsbestel België, onder de kroon van Z.M. Leopold III.

Wanneer België nu door één of andere buitenlandse macht moest overrompeld worden en onder dezes heerschappij komen te staan, dan kunnen wij het kruis maken over de verwezenlijking der door ons nagestreefde zelfregering, zelfregering die wij voor ons volk langs wettelijke wegen willen veroveren.” Revolutionair optreden, aanwending van geweld heeft hij afgewezen. Aanvankelijk , onder meer in de landdagrede van 1934, veeleer uit tactische overwegingen: wij mogen onze vijanden geen voorwendsel aan de hand doen om ons voor jaren lam te leggen. Later legt hij steeds de nadruk op “wettelijke wegen” om zelfbestuur te verwezenlijken en ook op de samenwerking met anderen om dit doel te bereiken. Een belangrijke tactische zet was het akkoord V.N.V.-REX van 6 oktober 1936, waardoor Léon Degrelle het federalisme onderschreef en ervan afzag zijn partij uit te breiden of op te komen bij de verkiezingen in het Vlaamse land. Het beginselakkoord KVV-V.N.V., dat op 8 december 1936 ondertekend werd, doch niet door hem persoonlijk, stuitte op Staf de Clercqs wantrouwen. Hij wilde wel samenwerken, maar geen samensmelting. Essentieel was voor hem het voortbestaan van het V.N.V. als zelfstandige organisatie.

Originele Anti V.N.V. affiche 1936 (Uit het Archief jan de Beule)

Reeds in de landdagrede van 1934 wees hij op de noodzaak van het nationalisme te verruimen “tot de volledige behartiging van alle cultureel en sociaaleconomische belang.” Hij deed een poging om te komen tot een eigen maatschappijopvatting. Zowel het liberaal kapitalisme als het marxisme wees hij af en in de geest van de tijd, mede onder invloed van het corporatisme, door de pauselijke encycliek Quadragesimo Anno gepropageerd, ontwierp hij een maatschappijbeeld waaraan hij de naam gaf van “organische volksstaat”. In zijn landdagrede van 1934 legde Staf de Clercq er de nadruk op, dat een nabootsing van het maurrassisme, het fascisme of het Hitlerisme verworpen moest worden en dat “voor dictatuur en absolutisme in onze opvatting geen plaats is.” Hij zal zich ook later nog herhaaldelijk van het nationaalsocialisme distantiëren, onder meer in een publieke stellingname: het VNV en het Duits nationaalsocialisme (1937). Dit neemt niet weg dat minstens de schijn anders was. Hoewel zelf geen autoritair type , trad hij op als “de Leider” van een min of meer autoritaire beweging, naar het voorbeeld van Joris van Severen richtte hij een militie op: de Werf-Brigade of Grijze Brigade (de leden droegen een grijs hemd). In 1938 zal hij door deze Werfbrigade een spectaculaire  demonstratie laten houden in het stadje Edingen, als protest tegen het niet naleven der taalwetgeving en de verfransing van dit stadje. Symbolen en manifestaties werden overgenomen. Onder meer de groet met gestrekte rechterarm. Hoewel hij zich voor de oorlog nooit in uniform vertoond had, nam Staf de Clercq meer en meer de houding aan van “De Leider” en gleed het VNV onder zijn bewind ten dele verder af naar het type van een rechtse, autoritaire beweging, ook al gingen niet allen hiermee akkoord.

Originele foto Staf de Clercq als volksvertegenwoordiger (Uit het archief Jan de Beule)

Hij hechte persoonlijk groot belang aan de buitenlandse politiek, omdat hij als oud-strijder de obsessie had alles te moeten doen om zijn volk buiten een eventuele oorlog te houden. In zijn landdagrede van 5 mei 1935 stelde hij voorop dat Frankrijk geen bestendig gevaar was. Duitsland een gevaar kon worden, Engeland nooit een gevaar zou zijn, om een politiek “brede en sympathieke verstandhouding met Engeland” aan te bevelen. Het Frans-Belgisch militaire akkoord en het verdrag van Locarno besteed hij heftig en hij was voorstander van een neutraliteitspolitiek. Na de redevoering, door Koning Leopold op 14 oktober 1936 voor de ministerraad gehouden, liet hij in de Vlaamse Rand affiches aanplakken met de tekst: “De Koning geeft ons gelijk.” In januari 1940 was een artikel van zijn hand verschenen in Volk en Staat, aanleiding tot schorsing van dit dagblad en een verzoek van de procureur-generaal tot opheffing van zijn parlementaire onschendbaarheid. Het hoofd van de generale legerstaf, Luitenant-generaal Edouard Vandenbergen, had de versperringen aan de Franse grens laten verwijderen en Frans troepen hadden de grens overschreden. Hiervan op de hoogte gebracht had Staf de Clercq in bedekte bewoordingen ertegen geprotesteerd. De opheffing van zijn parlementaire onschendbaarheid werd na zijn zelfverdediging in de Kamer geweigerd met algemene stemmen, min twee. Op 10 mei 1940 werd hij in het parlement aangehouden, doch op bevel van de regering 24uur later weer in vrijheid gesteld.

Originele verkiezingspostkaart Staf de Clercq 1936 (Uit het Archief Jan de Beule)
Originele verkiezingspostkaart Staf de Clercq 1936 (Uit het Archief Jan de Beule)

Een zeer zware verantwoordelijkheid heeft Staf de Clercq op zich geladen toen hij, na een aanvankelijke aarzeling, resoluut geopteerd heeft voor de collaboratie politiek met Duitsland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In zeker zin is hij meegesleept door de gebeurtenissen. Nog voor hij een beslissing genomen had, waren verscheidene van zijn medestrijders in de collaboratie geëngageerd. Pas in et najaar van 1940 heeft hij in het openbaar zijn nieuwe politiek verkondigd. Eens te meer raakte hij verstrikt in een opbodpolitiek,

Originele brief aan kunstenaar Jozef Cantre uit 1940 (Uit het Archief Jan de Beule)
Bindende verklaring Staf de Clercq uit 1942 over de eenheidsbeweging (Uit het Archief Jan de Beule)

ditmaal met de algemene SS-Vlaanderen en daarna met de DEVLAG van Jef van de Wiele. Hij voerde als Leider een zeer persoonlijke politiek en zelfs zijn naaste medewerkers waren verrast, toen hij de militaire deelneming aan de zijde van Duitsland in de oorlog aankondigde. Hij heeft persoonlijk de overeenkomst tot de oprichting van het vrijwilligerslegioen Vlaanderen ondertekend. De niet-naleving van deze overeenkomst door de Duitsers was voor hem een bittere ontgoocheling. Zijn positie werd steeds moeilijker. Iedere Groot-Nederlandse politiek was door de Duitsers formeel verboden. Men mag wel aannemen dat hij steeds gekant bleef tegen annexatie van Vlaanderen bij Duitsland en besloten was iedere poging tot verduitsing te bestrijden. Doch hij kon geen enkele waarborg verkrijgen dat dit niet zou gebeuren en sommige van zijn uitspraken, waarin hij Hitler erkende als “Fuhrer aller Germanen” waren dubbelzinnig. De nationaal socialistische terminologie nam hij over en hij verscheen in een zwart uniform. De oorlogsomstandigheden, de censuur en de opbodpolitiek maken het moeilijk vast te stellen wat hij persoonlijk dacht, nastreefde of hoopte te bereiken.

Verkiezingspropaganda (Uit het Archief Jan de Beule)

Op het einde van zijn leven was voor hem een crisistoestand ontstaan en wilde hij zelf klaarheid. In zijn redevoering van 20 september 1942 te Antwerpen zou hij de Duitsers een ultimatum stellen. Hogere ambtenaren hebben hem toen weerhouden met het argument dat hij daardoor de Militärverwaltung ten val zou brengen met alle gevolgen van dien voor het land. Het was zijn laatste redevoering en op 22 oktober daaropvolgend is hij overleden in de kliniek te Gent, waar hij verpleegd werd. Zijn stoffelijk overschot werd naar Brussel overgebracht, waar op de Grote markt een plechtigheid plaatsgreep in aanwezigheid van tienduizenden.

.
Overlijdensbericht in de Nederlandse NSB krant Volk en Vaderland (Uit het Archief Jan de Beule)
In december 1978 hebben het commando van de Vlaamse Militanten Orde, het stoffelijke overschot van Staf de Clercq bij gezet in familiegraf te Asse.
Deze operatie kreeg de naam: "Operatie Delta"
Ons Archief over Staf de Clercq en het V.N.V.

Wordt vervolgd

Geschreven door:

Rolf Waegeman

Geraadpleegde werken:

-         Landdagreden in Dietschland Hou-Zee!

-         Staf de Clercq nummer Broederband

Het VNV en het militaire vraagstuk